Zo moeilijk was goed bestuur in Uruzgan

Zo moeilijk was goed bestuur in Uruzgan

Een van de doelstellingen voor de missie naar Uruzgan was het bevorderen van goed bestuur. Hoe moeilijk dat is, blijkt uit de geschiedenis van Rozi Khan, een gerespecteerd stamleider uit Uruzgan. Rozi Khan werd de eerste democratisch gekozen districtsleider van Chora. Drie maanden later is hij dood. 

Hij was anders dan de anderen, zegt Daan Janse, militair en hoofd van het PRT-missieteam in 2008. Janse ontmoette Rozi Khan meerdere malen: “Waar andere stamhoofden dreigend overkwamen, hard voor hun eigen stam waren en zichzelf graag hoorden praten, bleef Rozi liever rustig op de achtergrond. Hij ging wél respectvol met zijn stamleden om en er werd altijd positief over hem gesproken.” Janse herinnert zich hem als een timide man die meestal gekleed ging in een bruine donkere Salwar Kameez, een traditioneel Afghaans gewaad.

Een activiste uit Uruzgan die liever anoniem blijft, zegt dat Rozi Khan onmiskenbaar liberaler was dan veel andere stamleiders. “Hij was zelf laagopgeleid, waarschijnlijk ongeletterd, maar zag zijn kinderen en familieleden graag naar school gaan.” Hij stond ook bekend als een moedig man, gepokt en gemazeld in de strijd tegen de Russen. Een man met bovendien een invloedrijke vader. En ook later, in gevechten tegen de taliban of rivaliserende stammen, vreesde hij de frontlinie niet. 

Een militair die liever anoniem blijft heeft ook levendige herinneringen: "Een zeer slim man die uitstekend wist hoe hij met ISAF om moest gaan.  Hij was erg bezig met zijn positie. Op een dag dat er meerdere tribal leaders aanwezig waren op de binnenplaats van de White Compound, pakte hij mijn hand en wilde hand in hand over de binnenplaats lopen. In Afghanistan het teken van goede vriendschap en duidelijk een signaal naar de anderen."

Maar Rozi Khan was als Barakzai ook onvermijdelijk onderdeel van de lokale machtsstrijd met die andere dominerende stam in Uruzgan, de Popolzai van president Hamid Karzai en voormalig gouverneur Jan Mohammed Khan (JMK). En in een niet openbare politieke analyse, van de EU Special Representative in opdracht van de Nederlandse ambassade in Kabul (november 2005), wordt Rozi Khan gezien als een spil in de lokale opiumhandel. Welke rol geef je zo iemand in je pogingen goed bestuur te stimuleren?

Andere stamhoofden kwamen dreigend over en hoorden zichzelf graag praten, maar Rozi bleef liever rustig op de achtergrond. Hij ging wél respectvol met zijn stamleden om.
— Daan Janse

Tribale spanningen

De Popolzai en Barakzai zijn de twee belangrijkste stammen in Uruzgan. De relatie tussen de Barakzai en Popolzai was veruit het gevoeligste politieke punt in Uruzgan. Voorafgaand aan de komst van de Nederlanders hadden de Barakzai, net als veel andere stammen, geleden onder Popolzai-gouverneur JMK - die onder het mom van strijd tegen de taliban, rivalen uitschakelde. In die tijd was Rozi Khan een tijdlang politiechef en de enige overgebleven rivaal van JMK. Khan vertelt in gesprekken met journalist Bette Dam dat hij geprobeerd heeft samen te werken met JMK, maar dit bleek vergeefs vanwege een oude vete. In plaats van zich te verzoenen, ontpopten JMK en Rozi Khan zich als ware kemphanen die beiden bereid waren andere stamleiders te verraden om zelf aan de macht te blijven. In eerste instantie staat hij dan ook, net als JMK, op de lijst van mensen waarvan Nederland eist dat ze vertrekken. 

Aan journalist Paul McGeough vertelt Rozi Khan hoe het hoofd van de Afghan Highway Police, Matiullah Khan (Popolzai en neef van JMK), geld verduistert dat voor zíjn politie bedoeld is. En hoe hij Matiullah Khan ervan verdenkt twee keer een IED te hebben geplaatst voor zijn kazerne. Aanslagen waar Rozi Khan aan ontsnapt, maar waarbij wel zes van zijn mannen omkomen. 

RoziKhan2.jpeg

Door de aanwezigheid van Nederlandse troepen verliezen de Popolzai hun dominante positie en herstelt Rozi Khan de invloed van de Barakzai. Dat zorgt voor een nieuw evenwicht en meer ruimte voor de stammen die onder JMK onderdrukt werden. Rozi Khan’s  goede banden met de ISAF-troepen zijn zo voor beide partijen waardevol, maar hij maakt daardoor ook vijanden en het zet de relatie met Kabul, dat wil zeggen Hamid Karzai en JMK, onder druk. Een militair herinnert zich: "Ik het idee dat de lokale bevolking Rozi Khan dulde, om in ieder geval Mattiullah Khan (en dus JMK) buiten de deur te houden.  Hij was een van de weinigen die goed begreep hoe hij het best kon samenwerken met westerse militairen. Bovendien zorgde het, in ieder geval tijdelijk, voor steun van ISAF."

Dat Rozi Khan goede banden heeft met de Nederlanders blijkt ook bij de Slag om Chora. Tijdens die ongebruikelijk grote aanval van de taliban in juni 2007 dreigt een Nederlands bataljon omsingeld te raken door een grote meerderheid. Op dat moment schiet Rozi Khan te hulp. Hij mobiliseert 150 - 200 strijders om de taliban op afstand te houden en is later ook betrokken bij het schoonvegen van de vallei. Kort daarna wordt hij aangewezen als tijdelijk districtshoofd van Chora.

Ondanks dit optreden en zijn hulp aan de Nederlanders, wordt Khan in de regio niet zonder meer vertrouwd. Ook bij de internationale coalitietroepen staat zijn loyaliteit ter discussie: uit Wikileaks kabels blijkt dat de Amerikanen al in 2006 signalen ontvingen dat Rozi Khan betrokken is bij aanslagen op coalitietroepen, of plannen daartoe. En ook Mounib, de nieuwe gouverneur, zegt op dat moment redenen te hebben Rozi Khan niet meer te vertrouwen. Hij probeert Rozi Khan herhaaldelijk te ontslaan. Als dat niet lukt weert hij hem uit gesprekken waarin gevoelige informatie wordt besproken. Hoe deze ‘signalen’ moeten worden gewaardeerd is moeilijk te zeggen. De Amerikanen nemen de signalen serieus, maar het is goed mogelijk dat ze gericht zijn op het ondermijnen van de relatie tussen Rozi Khan en de ISAF-troepen. Dat is niet te controleren, maar het geeft wel aan hoe schimmig en ingewikkeld het aangaan en onderhouden van lokale allianties was. 

Verkiezingen

In mei 2008 worden er met behulp van het Nederlandse PRT voor het eerst democratische verkiezingen gehouden in Chora. Janse: “Na een week van voorbereidingen, het maken van stembiljetten en het voorkomen dat mensen twee keer kunnen stemmen, stelden we in overleg een kiescommissie samen. Ruim 2600 mensen brachten hun stem uit.” Winnaar? Rozi Khan. 

We zochten manieren om hem te vragen een stap terug te doen. De Nederlanders wilden stabiliteit en waren er niet van overtuigd dat Rozi Khan dat kon leveren.
— Civiele vertegenwoordiger Peter Mollema

Janse: “Dertig procent van de stemmen was inderdaad voor Rozi Khan.” Hij wordt de nieuwe districtsleider. Maar hij is zich bewust van het schamele draagvlak en de teleurstelling van andere stamhoofden die hun vertrouweling zagen verliezen. “Uit vrees voor protesterende stamhoofden bleef hij een paar weken weg uit Chora. Op ons aandringen kwam hij terug,” aldus Janse. Ondertussen leidt zijn benoeming tot gedoe tussen de Nederlandse civiele vertegenwoordiger Peter Mollema en de autoriteiten in Kabul. Mollema vertelt een Australische journalist: “Er was discussie over de manier waarop Rozi Khan was gekozen en over de vraag of hij geaccepteerd zou worden door de bevolking. We zochten manieren om hem te vragen een stap terug te doen. De Nederlanders wilden stabiliteit en waren er niet van overtuigd dat Rozi Khan dat kon leveren.” 

Rozi Khan wordt niettemin districtsleider, maar hij vertrouwt niemand en stelt zijn eigen zonen aan als lijfwacht. 

Friendly Fire?

Enkele maanden later slaat het noodlot toe. Rozi Khan komt met een aantal ANP’ers een vriend helpen, wiens huis door de taliban omsingeld zou zijn. Bij aankomst schiet een Australische elite eenheid hem en enkele van zijn gewapende mannen dood. Hij wordt voor de vijand aangezien.

Volgens Daroo Khan, ook een vooraanstaand Barakzai stamleider, is zijn dood niet simpelweg een foutje. “Er wordt sterk vermoed dat de Australiërs in een stammenplot getrapt zijn.” 
Ook Rozi’s zoon Daoud denkt aan opzet. Hij  beschuldigt Matiullah Khan van het geven van valse informatie aan de Australiërs, welke leidde tot de chaotische schietpartij. Daoud neemt het Barakzai gezag over. 

Op Kamp Holland wordt serieus rekening gehouden met onrust en wraakacties. Er wordt een Quick Reaction Force stand-by gezet. Maar dat blijkt niet nodig, het blijft rustig. President Hamid Karzai heeft een onderzoek aangekondigd naar de dood van Rozi Khan. De uitvoering daarvan komt onder de verantwoording van uitgerekend JMK. Maar voordat hij tot actie zal overgaan wordt JMK vermoord. Enkele maanden later komt ook Daoud Khan om door een aanslag. Na de verkiezingen van 2008 zijn er geen verkiezingen meer in Chora gehouden.

Weet je meer? Is er een correctie nodig? Stuur ons een mail. Dat stellen we op prijs: info@missieafghanistan.nl!