Uruzgan: Was er wel een plan?

Uruzgan: Was er wel een plan?

Kleine geschiedenis van de strategie in Uruzgan

In Nederland staat defensie onder civiel gezag. Dat betekent dat de politiek verantwoordelijk is voor de inzet van het leger. Het betekent ook dat politici de doelen stellen. Bij de missie naar Uruzgan gebeurde dit niet, blijkt uit gesprekken met militairen. Daardoor moest elke commandant het zelf uitzoeken. “In Uruzgan bepaalde de TFU-commandant negen van de tien keer zelf welke doelen hij wilde nastreven.”

“Strategie is net als spruitjes”, zegt Richard van Harskamp. Hij was commandant van TFU-4, de vierde rotatie van de Taskforce Uruzgan. “We weten dat spruitjes gezond zijn, maar we vinden het niet lekker. En als we het kunnen vermijden, dan doen we dat. Het uitspreken van zo’n strategie betekent ook dat je je daaraan committeert. En daar gaat het nog wel eens mis.” 

Zinloze patrouilles

“De patrouille was zo voorspelbaar, dat ik de tijd en de plaats van de TIC (Troops in contact) kon voorspellen. Een beetje cynisch heb ik op een avond voorafgaande aan een patrouille alvast een TIC-report verstuurd met de datum van de volgende dag”, zegt Niels Roelen, majoor en uitgezonden naar Uruzgan in 2007. “Ik schatte de tijd op een minuut of tien na het verlaten van de poort van Poentjak. Uiteindelijk bleek ik er maar iets meer dan een minuut naast te zitten, maar de coördinaten, type wapens en aantallen talibanstrijders bleken vrij accuraat.
Er werd wat narrig gedaan over mijn 'grap' die ik overigens niet over de radio heb gedaan maar telefonisch. Er ontstond verwarring of Poentjak in een TIC was of niet, en mijn antwoord was dat ze even goed naar de DTG (Datum Tijd Groep) moesten kijken. Ik zei dat het alvast voor morgen was, regeren is immers vooruitzien.”

Het is een voorbeeld van de gevolgen van gebrek aan concretisering van de doelstellingen, denkt Niels Roelen. “Er is geen concretisering gekomen van de doelstelling. Die is politiek, en moet stap voor stap geoperationaliseerd worden. Dit gebeurde niet. Dus gingen de soldaten op een hearts-and-minds patrouille, terwijl ze daar niet voor getraind zijn, er geen protocollen zijn en ze niet weten hoe het moet.”

“De richtlijnen lieten te wensen over’, zegt ook Martijn Kitzen, ex-militair en historicus. Hij promoveerde onlangs op de Nederlandse counter-insurgency in Atjeh en Uruzgan. “Ik ben 10 jaar militair geweest. In die periode ben ik mezelf vragen gaan stellen over de manier waarop de krijgsmacht wordt ingezet. In het geval van Uruzgan zie je dat de richtlijnen nogal te wensen over laten. Waar dat precies aan ligt, weet ik niet. Ik concludeer wel dat het grote gevolgen had voor de mensen die je stuurt en de mensen die je wilt helpen. Je bouwt iets op dat niet duurzaam is. Maar mensen in Uruzgan hebben wel hun nek uitgestoken.”

Liever niet verantwoordelijk

Richard van Harskamp heeft wel een idee waarom die doelstellingen vaag bleven. “Inzet in een operatie als Afghanistan betekent niet per definitie succes, het betekent ook dat je kan mislukken. Er zijn in een inzetgebied altijd mensen die je tegenwerken, die andere bedoelingen hebben. That’s all in the game. Daarom vinden we strategie een moeilijk begrip. Als we dan toch doelstellingen voor een missie beschrijven, dan zie je dat die niet zo SMART zijn als de bedrijfskunde boekjes ons proberen te leren. Zo kun je altijd zeggen: ja, maar, dat hebben we wel ongeveer bereikt.”

Het is een beeld dat ook al naar voren komt in Deadly Embrace, het promotie-onderzoek van Mirjam Grandia over de politieke besluitvorming voorafgaand aan de missie naar Uruzgan. Zij sprak met alle betrokkenen, van de planners tot de generaals en de betrokken topdiplomaten. Ze concludeert: Wat in Uruzgan moest worden bereikt was volgens velen niet expliciet gemaakt. Daarom circuleerden er verschillende redenen en doelen: het steunen van de Verenigde Naties, preventie van terrorisme in Nederland, het wederopbouwen van Uruzgan, het uitschakelen van de taliban, het ondersteunen van de democratie van Afghanistan. Grandia bevestigt ook wat Van de Harskamp, Roelen en Kitzen suggereren: er was geen politieke wil om concrete doelen te stellen. “Bijna alle civiele (red. niet-militaire) respondenten geven aan dat ze niet geloofden dat het formuleren van concrete doelen echt behulpzaam zou zijn, omdat dit accountability impliceert.”

Militairen gaan er vanuit dat ze een duidelijk doel krijgen. Maar voor de Task Force Uruzgan hebben we vanuit de politiek nooit een duidelijk doel gehad.
— Martijn Kitzen, veteraan en militair historicus

Omgaan met vaagheid

Niels Roelen: “Ik heb me wel eens afgevraagd waarom de politiek en de legerleiding het heeft laten gebeuren dat er drie rotaties zijn geweest zonder campaignplan.” 

“Mijn persoonlijke mening”, zegt Theo Vleugels, commandant van de eerste rotatie, “ik denk dat er op dat moment niet de kwaliteit en de capaciteit was om dat te doen.” Uit een interview met de eerder genoemde Grandia blijkt dat hij daar mee worstelde. Vleugels: “We kunnen met best veel vaagheid omgaan als het om puur militaire operaties gaat. Maar dit was geen puur militaire operatie. Een plan of een gidsend document daarvoor ontbrak. We moesten er dus zelf iets van zien te maken.”

grijs.png
De 3D-approach: ‘defence, diplomacy and development’
grijs.png

Vleugels: “Eigenlijk hadden de ministeries op basis van de artikel 100-brief een (red.  operationeel en logistiek) plan moeten maken. Die artikel 100-brief is voor de politiek, maar dat vervolg kwam er niet.” 

“De normale volgorde is dat je op basis van een strategisch document een campaignplan krijgt. Met daarin: over twee jaar willen we hier staan, dus dit ga jij doen. Met een tijdschema en een gevalideerde verantwoording van de middelen. Ik kan dan op basis daarvan zeggen: Ok, als je wil dat ik dat doe, dan heb ik dit nodig. Dan is dat onderhandelen vooraf ingesloten. Dat is wat we gemist hebben.” 

“Daarom heb ik vaak gepleit voor een betere scheiding tussen de mensen met het gezicht naar Den Haag en de puur logistieke en militaire planning. Ik praat over 2006, dat gaat nu beter. Een aantal hoofdfiguren had toen niet de kwaliteit om dat goed in te voelen, die waren teveel gericht op Den Haag.” 

Kitzen: "Veel respect voor wat Vleugels gedaan heeft. De doelstelling die wij hem meegaven was veel te ambitieus. Dat wij zo’n commandant zonder plan op pad sturen, dat verbaast iedereen aan wie ik dat vertel. Er ontbrak een duidelijk doel van wat we in die eerste 2 jaar precies wilden gaan bereiken. Zo’n plan was er niet. En de artikel 100-brief is daarvoor inderdaad veel te algemeen. Vleugels heeft het dus zelf moeten doen."

Het 'Focal paper'

Doordat er geen duidelijk sturing was kon elke commandant zijn eigen focus kiezen. Dat is voor de duurzaamheid niet goed. Was Van Griensven (TFU-2) succesvol geweest met een counter-insurgency-achtige benadering, mede dankzij de overwinning bij de slag om Chora, die aanpak ging bij de commandant van TFU-3 (Nico Geerts) weer deels teniet, doordat hij een andere lijn koos. En met Van Harskamp (TFU-4) kreeg het wéér een andere focus.

Ondertussen nam de noodzaak naar een vaste richting alleen maar toe. Kitzen: “TFU had te weinig mensen in 2006. Ze moesten bovendien direct een derde van hun manschappen afstaan voor operatie Medusa. Ondertussen leverde de taliban druk op Chora. Daar wilde men eerst niet heen, maar dat moest vanwege die druk uiteindelijk toch. Dus met een bezetting van tweederde op een toch al krap bezette missie, nu ook nog naar Chora. Tot de vierde rotatie was het deze waan van de dag die de tactiek dicteerde."

Van Harskamp wilde het daarom anders gaan doen. Van Harskamp. “Het masterplan ging over de zogenaamde inktvlek, maar toen ik kwam was die vlek in bijvoorbeeld Deh Rawod alleen de basis. Er was nauwelijks freedom of movement. Chora was alleen per helikopter bereikbaar. Niet veel inktvlek dus. En dan keek je naar het masterplan met haar 25 doelstellingen. Doelstellingen die niet SMART waren geformuleerd en waarop nauwelijks vooruitgang geboekt kon worden aldus de rapportages. Het riep bij mij de vraag op: waar zijn we nu precies mee bezig? Heb ik erg mee zitten worstelen omdat ik juist in het veld zag dat er naar omstandigheden toch heel veel echt goed ging. Dus toen ik kwam, vroeg ik: ‘Ben ik als commandant eigenaar van dit plan? Ok, dan is het tijd voor wat nieuws."

Op de doelstellingen kon nauwelijks vooruitgang worden geboekt. Dat riep bij mij de vraag op: Waar zijn we precies mee bezig? Ik heb daar erg mee zitten worstelen, omdat ik juist in het veld zag dat er naar omstandigheden toch heel veel goed ging. Het was dus tijd voor iets nieuws.
— Richard van Harskamp, commandant TFU-4

Het nieuwe plan kreeg de naam ‘Focal paper’ en bevatte een boodschap aan Den Haag: We gaan counter-insurgency doen. Van Harskamp: "Ik wist niet beter of dat we dat al deden. Ik was nooit bij de discussie in Nederland over de aard van de missie betrokken geweest. Ik wist niet dat counter-insurgency een taboe-begrip was. Men was in de media alleen maar bezig met het ‘framen' van de operatie als vecht- of opbouwmissie. Labels die meer van politiek opportunisme getuigen dan van strategisch inzicht. Maar als ik de nationale strategische bedoelingen en de NAVO-doelen bij elkaar legde, dan kwam daar voor mij COIN uit. Dat besef gaf duiding." 

Als de rotatie van Van Harskamp erop zit, neemt commandant Matthijsen (TFU-5) het integraal over. Onder Middendorp (TFU-6) wordt het verder aangescherpt en gepromoveerd tot officieel campaignplan. We zijn dan in 2009.

In de media was de discussie over de operatie als vecht- of opbouwmissie. Labels die meer van politiek opportunisme getuigen dan van strategisch inzicht.
— Richard van Harskamp, commandant TFU-4

Lessen voor de missies van nu

Zijn deze inzichten nu nog van belang? Kitzen: "Ja. Mijn angst is bijvoorbeeld Syrië en Libië. De krijgsmacht is kapot bezuinigd en richt zich nu weer op conventionele oorlogsvoering en Rusland. Dat is begrijpelijk, maar je moet je lessen wel borgen. Irak en Afghanistan kun je wars of choice noemen, maar met de huidige onrust om ons heen zullen er wellicht ook wars of necessity de kop op steken, oorlogen die direct van invloed zijn op het nationale belang. Met het oog hierop bieden eerdere counter-insurgency missies waardevolle lessen."

Een Afghanistan-veteraan leverde deze foto aan voor onze instagramserie. "Mijn eerste uitzending was midden in het Taliban Offensief, in 2007. Tegen het einde van de missie bracht ik deze tekening aan op mijn helm. Het zegt genoeg over de sfeer van toen. Het ging niet meer om 'hearts and minds', maar om het breken van vijandelijkheden en het leveren van gevechten."

Een Afghanistan-veteraan leverde deze foto aan voor onze instagramserie. "Mijn eerste uitzending was midden in het Taliban Offensief, in 2007. Tegen het einde van de missie bracht ik deze tekening aan op mijn helm. Het zegt genoeg over de sfeer van toen. Het ging niet meer om 'hearts and minds', maar om het breken van vijandelijkheden en het leveren van gevechten."

Weet je meer? Is er een correctie nodig? Stuur ons een mail. Dat stellen we op prijs: info@missieafghanistan.nl!