Vrouwelijke veteranen over hun missie

Vrouwelijke veteranen over hun missie

De helft van de personeelsleden van defensie heeft te maken met pesterijen en intimidatie – vooral vrouwen en anderen uit minderhedengroepen. Dat blijkt uit een kritisch rapport dat vandaag werd gepubliceerd door het Sociaal Cultureel Planbureau over diversiteit en inclusiviteit bij defensie. De redactie vroeg zich af: hoe verging het ‘onze meiden’ tijdens hun missie in Afghanistan?

Anne-Marie Snels van de militaire vakbond AFMP noemt de conclusies van het rapport zorgelijk: "Er is duidelijk één dominante cultuur bij defensie, een gesloten cultuur van heteroseksuele mannen. Wie daarbuiten valt, heeft het niet makkelijk. En er heerst een angstcultuur: wie intimidatie ervaart, meldt dat vaak niet. Daar moet echt wat aan veranderen. Maar voor zo'n cultuuromslag is wél een lange adem nodig, leidinggevenden en beleidsmakers moeten zich daarvoor inzetten."

De persvoorlichting van defensie laat weten discriminatie en seksuele intimidatie niet te tolereren: "We zijn niet de enige organisatie die hiermee te maken heeft. Maar in ons werk moeten collega's wél op elkaar kunnen bouwen, zeker als je op oefening of uitzending gaat.”

De redactie van Onze missie in Afghanistan ging op zoek naar vrouwelijke veteranen, om met zo veel mogelijk verschillende mensen te kunnen terugkijken op de missies in Afghanistan. Van alle militairen is zo’n negen procent vrouw: een percentage dat al jaren ongeveer gelijk is. In de totale veteranenpopulatie (volgens cijfers van het Veteraneninstituut 115.250 personen) is ongeveer 5 procent vrouw. De vrouwen die wij spraken, konden zich geen moment herinneren waarop zij zich tijdens de opleiding, bij de collega’s of op uitzending geïntimideerd of gediscrimineerd voelden.. Al meldde iedereen wel: “Er zullen vast ook vrouwen zijn, die dat wel eens anders ervaren hebben.”

Vrouwelijke veteranen aan het woord

Gea werkte onder meer als verpleegkundige op het internationale kamp in Kandahar. “Ik heb me tijdens mijn derde uitzending naar Afghanistan vrijwillig opgegeven voor de afdeling Role 3 van het ziekenhuis. Daar werden ook burgerslachtoffers opgevangen. In dat contact met de bevolking gebeurde het wel eens dat een man absoluut niet door een vrouw behandeld wilde worden. Dat is lastig, want ik stond daar nou eenmaal.” Sanne, die als Algemeen Militair Verpleegkundige bij de luchtmacht ook werkzaam was in Role 3 van Kandahar Airfield, had dezelfde ervaring: “Afghanen die niet geholpen wilden worden door een vrouw, hadden pech. Ze kregen de hulp die er op dat moment voorhanden was. We hadden niet de luxe of het personeel om op dat soort eisen in te gaan. De tolk vertaalde dat, en daarmee was het afgedaan.”

Iedereen beleeft een uitzending anders, of je nou man of vrouw bent. En uiteindelijk zijn het wél allemaal militairen
— Heidi, Afghanistan-veteraan

Gea voelde zich in haar werk niet belemmerd. “Er waren meer vrouwen, dat was prettig. Wij werden door iedereen met respect bejegend en hadden een prima verstandhouding met de mannelijke collega’s. Wij vrouwen hebben zelfs nog speciaal iets georganiseerd voor onze collega’s tijdens Vaderdag.” Er werd op de vrouwen gelet, zegt ze: zo stond ze niet alleen in de nachtdienst, zodat ze niet in het donker over het kamp hoefde.

Sanne: “Bij de verpleging zijn er verhoudingsgewijs veel dames, maar op uitzending liggen die verhoudingen wel anders. Als vrouw in een mannenwereld moet je goed je grenzen aangeven, maar als je dat direct doet, is dat geen issue meer.” Als vrouw, maar ook vanuit haar positie als medisch personeel, “krijg je automatisch een beetje de rol van vertrouwenspersoon. Je hebt snel aanspraak. Er is sowieso een enorme verbondenheid, dat mis ik.”

Trotse veteranen

Sanne voegt eraan toe een trotse veteraan te zijn. Hoewel ook de andere geïnterviewden graag vertelden over hun uitzendingen, identificeren niet alle vrouwen zich zo snel als ‘veteraan’. Zoals Gea: “Daarbij denk je toch eerder aan de Tweede Wereldoorlog, om een extreme te noemen. Of aan vroegere vredesmissies, in Libanon bijvoorbeeld. Voor mij persoonlijk hoeft het niet zo. Dus voel ik mij als vrouw buitengesloten van de veteranenclub? Welnee, ik hoef niet bij een club.”

Over die reactie van vrouwelijke veteranen zegt Melanie Dirksen van het Veteraneninstituut: “Ik denk dat vrouwen hun identiteit niet zo aan dat veteraan-zijn ophangen. In de bredere maatschappij zien we ook dat vrouwen vaak meerdere rollen in het leven hebben, dan wordt zo’n uitzending iets ‘dat ze ook hebben gedaan’. Mannen vinden het spannender om erover te vertellen.”

Dirksen doet voor het Veteraneninstituut nu verkennend onderzoek naar de zorgbehoeften van vrouwelijke veteranen. Er wordt bovendien gekeken naar hoe zij zich hebben gevoeld binnen defensie en hoe zij de transformatie naar de burgermaatschappij ervaren. Omdat de vrouwen statistisch gezien een kleine groep van de veteranenpopulatie vormen, is het volgens Dirksen moeilijk om algemene uitspraken te doen. “We moeten echt onze eigen studie doen.” 

Vrouwen hangen hun identiteit niet zo op aan het veteraan-zijn.

Allemaal militair

Moet het beeld van ‘onze jongens’ en de oude veteraan worden veranderd? Heidi, die in 2010 op Kamp Holland werkte, laat weten zich met die vraag niet bezig te houden: “Ik heb zelf geen verschil ervaren tussen mannen en vrouwen bij defensie. Ik kan heus wel een meisje-meisje zijn, maar dat doe ik in het weekend. Je zet een knop om als je aan het werk gaat, dan maken die vraagstukken niet meer uit."

Heidi vindt het belangrijker dat er waardering is voor de veteranen. “Het idee dat een missie voor niets zou zijn geweest, dat vind ik vervelend. Ik wil graag uitleggen hoe het is om op uitzending te zijn. Maar ik weet niet of het meerwaarde heeft of je een mannelijke of vrouwelijke veteraan voor de camera zet om dat verhaal te vertellen. Iedereen beleeft een uitzending anders, of je nou man of vrouw bent. En uiteindelijk zijn het wél allemaal militairen."