Grip op resultaten van Nederlandse missie ontbreekt

Grip op resultaten van Nederlandse missie ontbreekt

Het is moeilijk om een goed beeld te krijgen van de resultaten van de Nederlandse opbouwwerkzaamheden in Uruzgan. Nadat de Nederlanders vertrokken heeft er geen monitoring plaatsgevonden en onafhankelijk onderzoek ontbreekt. Wat weten we wel?

Van de 2,5 miljard euro die is uitgegeven is 159 miljoen gereserveerd voor wederopbouw in Uruzgan. Dat geld is ingezet voor het verbeteren van de veiligheid, goed bestuur en sociaal-economische projecten zoals onderwijs, agricultuur en energievoorziening. Er is vooruitgang geboekt in de jaren 2006  2010, maar de vraag is wat daar nu nog van over is. (Lees bijvoorbeeld hier over de teleurstelling van topdiplomaat in Uruzgan Marten de Boer). 

De eindevaluatie: stand van zaken op moment van vertrek

De Nederlandse regering gaf onderzoeksbureau TLO (The Liaison Office) opdracht in kaart te brengen wat er tussen 2006 en 2010 is veranderd in Uruzgan. Deze rapportage is een belangrijk onderdeel geworden van de politieke verantwoording van de missie. De belangrijkste cijfers volgens TLO:

  • het aantal operationele gezondheidsfaciliteiten in Uruzgan tussen 2006 en 2010 is toegenomen, van 9 naar 17
  • het aantal medische posten is verdubbeld tot zo’n 200
  • de ‘health care staff’ is gegroeid van 89 naar 124
  • het aantal ‘community health workers’ groeide van 130 naar 300
  • het aantal scholen groeide van 34 naar 166, maar hiervan zijn er anno 2010 94 gesloten 
  • 600 slecht getrainde agenten werden uitgebreid naar 2000-3000 getrainde Afghan National Police (ANP) en 2500 Afghan National Army (ANA) agenten

Nederland geloofde in nauwe samenwerking met de Afghaanse overheid, Afghaanse partners en (inter)nationale NGO’s. Het Dutch Consortium Uruzgan (DCU) en het Duitse GTZ voerden daarom veel door Nederland gefinancierde projecten uit. DCU verzorgde op het gebied van gezondheidszorg en onderwijs opleidingen en trainingen. Ook verrichten zij werkzaamheden gericht op het verbeteren van persoonlijke hygiëne, maatschappelijk werk, landbouw en veeteelt. Verder sloegen of repareerden zij 1152 waterputten en trainden mensen om deze te onderhouden. Tenslotte deden ze aan capaciteitsbouw voor lokaal bestuur, vaak ook middels trainingen.

Nadeel van het TLO rapport is dat het geen inzicht geeft in de duurzaamheid van de initiatieven. Het rapport is kort na het einde van de missie gemaakt, en kent sindsdien geen updates. (Hoe het dan kan aflopen met potentieel kansrijke projecten blijkt uit dit verhaal over saffraanprojecten.)

Overzicht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken: bij vertrek was ongeveer tweederde van de projecten afgerond

Dat baseren we op een lijst die we kregen van diplomaat Marten de Boer. Ook voor deze lijst geldt dat het een beeld is van de stand van zaken op het moment van vertrek (in 2010). Wat er daarna gebeurde is niet onafhankelijk onderzocht. De Boer was tijdens de missie naar Uruzgan hoofd Opbouwwerkzaamheden bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken.  Uit die lijst blijkt dat CIMIC (civil military cooperation) zo’n 500 projecten had voltooid, dat er 92 geannuleerd waren, en dat er nog 133 tot een eind moesten worden gebracht. 

In 2010 had Buitenlandse Zaken 31 voltooid en 70 lopende projecten, terwijl het Duitse GTZ in opdracht van het Rijk 81 projecten voltooid had, met 27 nog lopende initiatieven. Tenslotte heeft de Afghaanse partner AHDS 147 projecten op het gebied van gezondheid en voeding geïnitieerd. De status van die projecten is onbekend.

Onderzoek van Petersen concludeert: Er is veel bewerkstelligd in Uruzgan, echter heeft slechts een vijfde van de projecten een duurzame impact.

Jan Willem Petersen is architect die met zijn bureau Specialist Operations onderzoek doet naar ruimtelijke ordening in (post-)conflictgebieden. In 2015 was hij de eerste die, mede ondersteund door het ministerie van Buitenlandse Zaken, naar Uruzgan reisde om daar in kaart te brengen hoe de Nederlandse wederopbouwprojecten ervoor stonden. Hij bezocht ruim vijftig veelal grootschalige projecten – zoals scholen, wegen en klinieken – van welke er twintig in zijn rapportage Uruzgan’s Legacy zijn beschreven. Anno 2015, werkt een vijfde van de projecten naar behoren, een deel functioneert gebrekkig en ongeveer de helft heeft geen duurzame impact bewerkstelligd.

Hoewel zijn onderzoek al ter inzage lag tijdens de Dutch Design Week, is de openbare presentatie ervan in Pakhuis de Zwijger verschoven naar januari 2017. Zelf het document lezen hebben we dus niet kunnen doen, maar in Trouw verklaarde Petersen dat hij niet zoveel aan de cijfers uit de eindevaluatie (gebaseerd op het rapport van TLO) hecht: “Nederland heeft kort na afloop van de missie een kwantitatieve evaluatie uitgevoerd, met bijvoorbeeld het aantal gerealiseerde scholen, maar zulke cijfers geven geen inzicht in het functioneren van projecten. Dergelijke evaluaties zijn minder gericht op de werkelijke impact van projecten of de eigenlijke nalatenschap van de wederopbouwmissies - die zijn immers zo snel na afloop van de inzet slechts ten dele waar te nemen.”

Weet je meer? Is er een correctie nodig? Stuur ons een mail. Dat stellen we op prijs: info@missieafghanistan.nl!