Opium bestrijden met Saffraanbollen

Opium bestrijden met Saffraanbollen

Het Nederlandse Saffraanavontuur

Naast wapens en ander militair materieel bracht Nederland ook honderd ton saffraanbollen mee naar Uruzgan. Drie bevlogen ondernemers zouden daarmee de strijd aangaan met opium. Was het genoeg om de Afghaanse boeren van die lucratieve papaverteelt - en inkomstenbron van de taliban -  af te helpen?

Saffraan vs. papaver

Saffraan is een van de duurste kruiden ter wereld. Er zijn zo’n 150 bloemen nodig zijn om één gram saffraan te produceren. Omdat de lonen in Afghanistan laag liggen en het klimaat de bloem gunstig gezind is, heeft Afghaanse saffraan een bijzonder goede prijs-kwaliteit verhouding. Een mooi alternatief voor papaver. 

Nederland bracht daarom kennis en machines mee voor de lokale teelt van saffraan. De Nederlandse ondernemers zorgden voor gegarandeerde afname. Lou Cuypers was een van hen. Cuypers: “Van 2008 tot 2014 hebben we zo’n 800 boeren aan de saffraan gekregen.” Maar een duurzame overstap naar saffraan bleek lastiger dan gedacht. 
Ondanks de hoge prijs die de markt bereid is te betalen voor saffraan is de concurrentie met opium uitdagend. Cuypers: “De investering voor initiële saffraanteelt is vaak te hoog voor boeren en het vergt ook meer kennis en hygiëne. Bij papaver krijg je bovendien een voorschot op je oogst.” 

Ondertussen vernieuwt de papapersector, waardoor de opbrengst per hectare verder toeneemt. Met behulp van genetische manipulatie oogsten boeren inmiddels niet eenmaal maar drie keer per jaar, daardoor kan er 24 kilo opium per hectare geoogst worden. 

Foto links: Een peloton soldaten loopt patrouille door een papaverveld. Rechts: Kinderen plukken safraan in Herat. Foto: Lou Cuypers.

Foto links: Een peloton soldaten loopt patrouille door een papaverveld. Rechts: Kinderen plukken safraan in Herat. Foto: Lou Cuypers.

Weerbarstige systemen

Misschien nog wel belangrijker dan de hoge opbrengst van papaver: de sociale en politieke context. Martine van Bijlert, voormalig politiek adviseur voor de EU en nu directeur van het Afghan Analyst Network, waarschuwde in 2005 al voor de systematische verwevenheid van opium in de cultuur van Uruzgan. Van Bijlert: “De cultivering en het vervoer van opium is de pilaar van Uruzgan’s economie en politiek. De autoriteiten zijn gefocust op het binnenhalen van inkomsten uit de opiumhandel via uitgebreide belastingverplichtingen voor handelaren en boeren.” 

Het is óf opium kweken, óf sterven van de honger.
— Abdul Salam, Districtsgouverneur Chora

De roemruchte krijgsheer Matiullah Khan maakte bijvoorbeeld fortuin doordat hij de beveiliging van de belangrijke weg tussen Tarin Kowt en Kandahar verzorgde. Hij liet papaverboeren tegen betaling toe tot het beschermde konvooi dat wekelijks over de weg trekt. Cuypers kent dat uit de praktijk: “Allianties met lokale krijgsheren zijn onontbeerlijk. Voor zowel veiligheid als de medewerking van boeren en corrupte politieposten”.

De huidige districtsgouverneur van Chora, Abdul Salam, herinnert zich de Nederlandse poging om saffraan te laten aarden in Uruzgan. Sinan Can sprak hem deze zomer. Op dit moment is saffraan geen serieus alternatief meer, denk Salam: “De mensen hebben geen andere keus. Ze zijn machteloos. Als mensen geen inkomsten hebben,
sterven ze van de honger. Ik heb geen keus, het is óf opium verbouwen óf omkomen van de honger.” 

Gebrek aan lange adem

Wie papaver systematisch met saffraan wil vervangen, moet die context dus meenemen en bereid zijn over langere tijd te investeren. Die bereidheid was er niet. Jorrit Kamminga, voormalig adviseur bij Clingendael, nu programma coordinator voor Oxfam Novib, is nog regelmatig in Afghanistan. Volgens hem is er nog maar weinig over van het Nederlandse saffraanproject in Uruzgan. Hij benadrukt dat het korte termijn denken van Westerse mogendheden simpelweg niet werkt in Afghanistan. Kamminga: “Om een diverse en robuuste alternatieve economie te creëren in Afghanistan heb je een langere adem nodig dan dat wij bereid zijn te hebben.” 

Ook Cuypers zelf heeft Uruzgan inmiddels verlaten omdat het er te gevaarlijk is geworden. Hij woont nu in Kabul en maakt pindakaas

De zoektocht van buitenlandse regeringen naar een quick fix is schadelijk gebleken en met de terugtrekking van de troepen en subsidies groeit ook de desinteresse in nationale parlementen. Kamminga: “Als je écht om Afghanistan geeft, dan ga je langdurig investeren in een duurzame economie. Negentig procent van de Afghaanse staatsbegroting is al gesubsidieerd, dus waarom niet dit soort projecten ook langdurig subsidiëren?"

Cuypers bevestigt die analyse: “Het vertrek van de Nederlandse militairen in 2010 heeft écht succes helaas voorkomen.” Ook Cuypers zelf heeft Uruzgan inmiddels verlaten omdat het er te gevaarlijk is geworden. Hij woont nu in Kabul en maakt pindakaas

Papaverteelt groeit

Tegenwoordig komt opium nog steeds voor 85% uit Afghanistan. Volgens de Verenigde Naties is er ten opzichte van 2015 10% meer papaverteelt, is de oogstvernietiging met meer dan 90% gedaald, en de potentiële opiumopbrengst met ruim 40% gestegen. Zo’n 60% van de Afghaanse opiumoogst komt nog steeds uit het zuiden en van de 34 provincies is Uruzgan de op drie na grootste producent. 

Buurland Iran produceert 90% van alle saffraan, jaarlijks ruim 200 ton. Afghanistan zit momenteel rond de vier ton. Hoewel de Afghaanse regering denkt dat de jaarlijkse saffraanoogst op termijn kan stijgen tot 70 ton, zal deze voorlopig helaas niet uit Uruzgan komen.

Weet je meer? Is er een correctie nodig? Stuur ons een mail. Dat stellen we op prijs: info@missieafghanistan.nl!