Nabestaanden van de slag om Chora

Nabestaanden van de slag om Chora

In de tweede aflevering van Onze Missie in Afghanistan kwamen de Afghaanse slachtoffers van de slag om Chora al aan het woord (zie de video hieronder). De verhalen van Abdul Raziq, Navid Mohamed Noorzai, Haji Mahmed Nader en Malem en Basharmal Kakar zijn uitgebreider dan in de documentaire te zien is. Hier vertellen ze hun hele verhaal. 

De slag om Chora is een dagenlang gevecht om de controle over de stad Chora. Nederlandse eenheden en het Afghaanse leger worden aangevallen door honderden talibanstrijders. De belangen zijn groot, want als Chora zou vallen, zo schatten veel militairen in, zou de missie in Uruzgan veel geloofwaardigheid onder de bevolking verliezen. Er wordt luchtsteun aangevraagd en artillerie ingezet. Daarbij komen tientallen burgers om het leven.

Abdul Raziq

“Abbasi was 11, Douwlaq 16 en Zainullah 2 jaar oud. Net als mijn oom Janmamad en mijn vrouw Roqia zijn zij gedood.” Abdul Raziq uit de gemeente Chora was met zijn familieleden in de nacht van 16 op 17 juni 2007 binnen in hun huis om te schuilen voor de gevechten die al de hele middag in de buurt klonken.

Zijn broers, oom en vrouw liggen aan één kant van het huis, hij aan de andere.  Om vier uur ‘s nachts schrikt hij op door een harde knal en ziet dat zijn huis in brand staat. Hij vlucht naar buiten en valt. Dan wordt hij geraakt door kogels in zijn nek en arm en verliest Abdul Raziq het bewustzijn. De volgende dag hoort hij in het ziekenhuis het verschrikkelijke nieuws. Zijn vrouw, broers en oom zijn omgekomen toen de bom op zijn huis uit een spatte. 

Abdul Raziq zegt geen waarschuwing te hebben gehad dat er gebombardeerd zou worden. “Wij hebben niets gehoord. We schuilden al binnen toen de gevechten begonnen en de helikopters over vlogen.” 

Maandenlang ligt hij in verschillende ziekenhuizen en herstelt bijna helemaal. Alleen zijn arm kan hij nooit meer bewegen. De ziekenhuiskosten heeft Abdul Raziq zelf moeten betalen. De Nederlanders draagt hij geen warm hart meer toe na het bombardement: "Ze hebben mij onrecht aangedaan. Ze hebben mijn familieleden vermoord en ik ben gewond."

Navid Mohamed Noorzaai

Het is vier uur in de ochtend, uit sommige speakers de oproep tot gebed klinkt. Navid Mohamed Noorzaai gaat op weg om zich te wassen voor het ochtendgebed. Dan begint het bombardement op zijn dorp Qal’eh-ye Ragh.  Zonder dat Mohamed Noorzaai een vliegtuig hoort, slaat de eerste bom in. Zijn buren krijgen een voltreffer te verwerken waardoor ook zijn huis vijf kamers verliest. Zeven mensen komen om, vertelt de voormalige imam. Zijn drie zonen Hikmatullah, Faizullah en Rafiulla, zijn twee dochters Farzana en Saihra. Ook zijn schoondochter en eigen vrouw overleven de bom niet. Ze zijn allemaal op slag dood.  

Na de bombardementen nemen de overlevenden de schade op. “Eén familie had vijf leden verloren, de ander haalde er tien onder het puin vandaan. Sommigen hadden een gebroken hand, anderen een gebroken schedel.” De doden brachten ze met een tractor naar de markt. Uit angst voor nog meer bombardementen en rondcirkelende helikopters nemen ze niet de tijd om voor iedereen een eigen graf in de rotsgrond te hakken. Ze leggen ze over elkaar heen, bedekt met takken en kleden. 

Navid Mohamed snapt niet waarom het dorp werd gebombardeerd. Hij hoorde wel schoten voor het bombardement maar de taliban was helemaal niet in zijn dorp, meent hij. Die zaten minstens een half uur van Qal’eh-ye Ragh vandaan. “Ik was imam en kwam bij de mensen thuis. Ik weet zeker dat niemand bij de taliban hoorde.” Volgens hem zijn er zeker twintig burgers omgekomen.

Haji Mahmad Nader

Niets wijst op de aankomende gevechten en bombardementen als de zoons van Haji Mahmad Nader uit Qal’eh-ye Ragh vroeg in de ochtend naar de markt gaan, zegt hij. Zelf blijft hij thuis met zijn vrouw en een aantal kleine kinderen. Dan klinken er schoten in de bergen. De jongens van Mahmad Nader moeten voor de veiligheid op de markt in Chora blijven en kunnen niet terug naar huis.

En dat is misschien maar goed ook. Een bom raakt Mahmad Nader’s huis dat instort. Zelf raakt hij bewusteloos. Als hij bijkomt merkt Mahmad Nader dat hij tot zijn borst in het puin zit en zijn arm blijvend verminkt. Omstanders slepen hem eruit, voor zijn vrouw komt de hulp te laat. Zij ligt geplet onder een paal met haar gezicht op de grond. “In ons huis waren helemaal geen taliban. En ook niet in de huizen bij de buren. De taliban waren buiten het dorp.” 

Mahmad Nader zegt dat de de ongeveer zeventig mensen die in het dorp zijn omgekomen met een tractor naar de markt worden gereden. “Het lot bepaalt wie overleeft en wie niet”, meent hij. Zijn zoons overleven de aanval, een vergoeding voor de geleden schade heeft hij nooit gezien. 

Malem en Basharmal Kakar

Vader en zoon Malem Kakar en Basharmal Kakar wonen in het dorpje Sarab in de gemeente Chora. Ook zij worden gebombardeerd. “Dertien of veertien mensen werden gedood, twee anderen raakten gewond. Acht van hen waren meisjes en vrouwen, vijf waren mannen." 

"Van de meisjes waren er sommigen jonger dan 13 of 14 jaar.” 

De slachtoffers leggen de broers onder een schutting, vertellen ze.  Ook de dag na het bombardement halen ze nog mensen onder het puin vandaan. Volgens hen zijn er onder de doden geen taliban. “Die waren helemaal niet in ons gebied,” zeggen ze. Volgens hen is het ook niet waar dat de taliban al burgers zou hebben gedood voor de bombardementen begonnen, beweren ze. Ook zeggen ze niet te zijn gewaarschuwd voor bombardementen. “We weten niet eens wie ons heeft gebombardeerd.”

Voor de geleden schade hebben ze geld gekregen van een minister uit de hoofdstad Kabul. Van wie hij het geld precies heeft, zeggen ze niet te weten. 

Voor de eindevaluatie van de missie in Uruzgan is geen aanvullend onderzoek onder de Afghaanse bevolking gedaan, schrijft de onafhankelijke commissie die de eindevaluatie begeleidde. Ook vooraf hadden ze meer betrokken moeten zijn, denkt Qader Shafiq. Als ze wel aan het woord komen, dan is dat vooral als anonieme bron in rapporten, zegt deze TLO-medewerker. Een van de vijf thema’s op dit platform is dan ook: De Afghaanse blik

Ken je Afghanen die in Uruzgan woonden tijdens de Nederlandse missie? Vinden we waardevol om iets van te horen. Je kan ons mailen op info@missieafghanistan.nl.