Uruzgan, de Betuwe van Afghanistan?

Uruzgan, de Betuwe van Afghanistan?

“Niet gaan”, zei Qader Shafiq toen hij in 2005 bij het programma Buitenhof aanschoof. “Die missie kan niet slagen. Of betrek op z’n minst de Afghanen er veel meer bij.” We zijn nu ruim tien jaar verder. Hoe kijkt hij naar het huidige debat? Shafiq: "Probeer het niet te lijmen." 

Qader Shafiq (1968) werd geboren in Kabul en woonde daarna twee jaar in Uruzgan. Zijn moeder zette er toen als eerste een meisjesklas op. Hij woonde tot zijn 25e in Afghanistan om uiteindelijk in 1993 naar Nederland te komen. Hij is directeur van Bureau Wijland en schrijver. We spraken met hem over de Nederlandse missie in Afghanistan, de beeldvorming en de toekomst.

We zijn nu ruim 10 jaar verder. Hoe kijk je terug?

"De missie genoot in 2005 en 2006 een enorm breed draagvlak. Wie kritisch was, werd nauwelijks gehoord. In die fase wezen peilingen uit dat 70% van de Nederlanders voorstander was van de missie in Afghanistan. De steun was bovendien vrij emotioneel. Politici hamerden op zaken als: we willen iets goeds doen voor de meisjes in Uruzgan. Na die Buitenhof-uitzending kreeg ik mails van mensen die zeiden: 'We willen jouw volk helpen. Zie het als ons Marshall plan.' Dat was naïef."

Hoezo naïef?

"We gingen daar een president helpen die onmogelijk een geloofwaardige neutrale staat kon gaan vertegenwoordigen. Het land was tot op het bot verdeeld tussen stammen, zeker in Uruzgan. En Karzai was daarin niet anders. En er was geen strategie voor de regionale invloed voor landen als Pakistan en Iran. In Afghanistan begreep iedereen dat de taliban vanuit Pakistan, waar ze getraind en bewapend werden met onder andere Saoedisch geld, eenvoudig Afghanistan konden infiltreren. Maar ISAF had daar geen antwoord op. Dat heeft ervoor gezorgd dat het draagvlak in Afghanistan afnam. Men kreeg de indruk dat het meer een geopolitieke aangelegenheid was." (Meer over die geopolitiek in het interview met Pieter Cobelens.)

We gingen daar een president helpen die onmogelijk een geloofwaardige neutrale staat kon gaan vertegenwoordigen.
— Afghaans-Nederlandse schrijver Qader Shafiq

Hoe heb jij de jaren daarna beleefd?

"Ik ben betrokken gebleven. Ben in deze periode regelmatig in Afghanistan geweest. Bijvoorbeeld samen met Arnon Grunberg. Het was pijnlijk om te zien."

Wat was pijnlijk? 

"Dit land, Nederland, gaat me aan het hart. Ik ben naast Afghaan ook gewoon Nederlander. Het was moeilijk om te zien wat er gebeurde. Vooral ook de gesloten beeldvorming. Ik zie nog Bert Koenders, toen minister van ontwikkelingssamenwerking, zeggen dat we van Uruzgan de Betuwe van Afghanistan zouden maken. Dat is ongelooflijk. Er stierven daar 25 jonge Nederlanders en veel Afghanen. Maar het beeld moest goed blijven. Dat is gelukt dankzij het invliegen van mensen als Bennie Joling, Jan Smit of Kader Abdolah. En ook door embedded journalistiek, blijkt uit onderzoek van het The Hague for Strategic Studies (HCSS). Het was een goed beeld, maar geen realistisch beeld."

Had het anders gekund?

"In 2002 was er een conferentie in Ede. Daar zei toenmalig minister Herfkens van ontwikkelingssamenwerking tegen de bijeengekomen Afghanen: ik kan 70 miljoen investeren. Hoe zullen we dat doen? Daar zaten allemaal Afghanen met kennis, met een netwerk, met ideeën. Maar onder invloed van Cordaid en Novib, die heel kritisch waren, is het geld naar hun projecten gegaan. Zij kregen wel middelen voor projecten die zij veelal via hun regionale partners, Afghaanse NGO’s, realiseerden. 

En wat ook niet hielp: veel Afghanen wilden wel tijdelijk terug, om mee te helpen Afghanistan op te bouwen. Maar ze kregen geen terugkeergarantie. Dat was een te hoge prijs."

We hebben heel lang geen realistisch beeld gehad. Het kost tijd voordat dit is bijgesteld.
— Afghaans-Nederlandse schrijver Qader Shafiq

Welke verschillen hadden we gezien als we de Afghaanse diaspora meer hadden betrokken?

"We hebben 40.000 Nederlanders met een Afghaanse achtergrond. Dat zijn veelal hoger opgeleide Afghanen. Denk aan medici, ingenieurs en onderwijzers. Die kunnen nu geen rol spelen in Afghanistan, terwijl ze juist daar zo hard nodig zijn. Het is jammer dat zij niet betrokken werden bij het democratiserings- en wederopbouwproces."

Hoe kijk je naar de discussies en documentaires van afgelopen week?

"Waarom is het zo moeilijk om terug te kijken? Om wat ik eerder zei, we hebben heel lang geen realistisch beeld gehad. Het kost tijd voordat dit is bijgesteld. En wat we nu zien is fragmentarisch. Iedere keer zal het even opduiken. En elke keer zal het even pijn doen bij de betrokkenen. En weerstand oproepen bij wie er toentertijd verantwoordelijk was."

Wat moet er nu gebeuren volgens jou?

"We zullen alles op een rijtje moeten zetten. Lessen trekken voor toekomstige missies. Probeer het niet te lijmen."