'Ons vertrek heeft bijgedragen aan de mislukking van Uruzgan'

'Ons vertrek heeft bijgedragen aan de mislukking van Uruzgan'

Diplomaat Marten de Boer was verantwoordelijk voor de opbouwwerkzaamheden in Uruzgan. Voor het eerst kan hij vrij spreken.

“Iedereen die betrokken was bij de missie in Uruzgan vond het jammer dat we het niet hebben kunnen afmaken. Maar ja, de politiek heeft het laatste woord hè,” zucht Marten de Boer. Hij heeft net naar de ruwe montage van ‘Onze Missie in Afghanistan’ gekeken en gaf de redactie meer informatie over de wederopbouwprojecten.

Vier jaar lang was hij tijdens de Nederlandse missie in Uruzgan als ambtenaar van Buitenlandse Zaken verantwoordelijk voor de opbouw van de door oorlog verscheurde provincie. Als voorbereiding op de missie, al in april 2006, reisde hij af om de provincie Uruzgan, de nationale instanties en de aanpak van de Navo missie te leren kennen. Bij het opstellen van een context analyse kwam hij al tot de conclusie dat wederopbouw niet gemakkelijk zou zijn in een provincie wat velen een wespennest noemden. Lange tijd woonde hij op de militaire basis Kamp Holland en ging hij regelmatig op pad om dorpsoudsten en projecten te bezoeken, altijd met militaire beveiliging en soms per helikopter. Voor zover de veiligheid dat toeliet. 

Regelmatig knikt hij wanneer De Boer plaatsen herkent uit de recent gefilmde beelden die tonen hoe Uruzgan en de projecten die met Nederlands geld zijn opgebouwd er nu aan toe zijn. “Dat was de eetzaal in Kamp Holland toch”, en “De technische school staat er dus nog? Daar is aardig wat geld in gaan zitten.”

Inmiddels is de 68-jarige De Boer niet meer in dienst van het ministerie en kan hij voor het eerst vrijuit spreken over de missie, zonder dat de werkgever over zijn schouder meekijkt. "We moeten terug! We moeten afmaken waar we mee begonnen zijn. Beslissingen in Den Haag gaan niet uit van de mensen daar maar vanuit politiek. Opbouwmissies mogen niet een speelbal zijn van de Nederlandse politieke context waarop we Nederlandse handelingen in de wereld baseren”, concludeert hij aan het einde van het gesprek.

Beslissingen in Den Haag gaan niet uit van de mensen daar maar vanuit politiek. Opbouwmissies mogen niet een speelbal zijn van de Nederlandse politieke context.
— Marten de boer


Met welk idee ging u naar Uruzgan toe?

“Het idee was vanaf het begin: het wordt een moeilijke missie. We wilden wel een missie opzetten voor alle mensen in Uruzgan. Het is een provincie met veel etnische tegenstellingen. Vooral tussen groepen die gelinkt waren aan de regering en stammen die dat niet waren. Die laatsten werden vaak achtergesteld. Het zou voor ons heel makkelijk zijn om projecten voor de happy few op te zetten maar dat wilden we niet. In de veilige gebieden, vaak bij de steden Tarin Kowt, Chora en Deh Rawood, konden we in principe direct met wederopbouw beginnen maar we wilden ook daarbuiten werken. We hadden mandaat om voor de gehele bevolking iets te doen.

Ik moest bij de start van de missie bij Agnes van Ardenne, Minister voor Ontwikkelingssamenwerking, komen en die zei: “We gaan het doen maar het gaat niet eenvoudig worden. Er zijn aanzienlijke conflicten in Uruzgan. Ik geef je een cheque van 10 miljoen euro mee om activiteiten te ontplooien. Als je mogelijkheden ziet en als je meer nodig hebt dan moet je aankloppen, geld mag niet het probleem zijn."

Dus werkten we met kleine lokale hulporganisaties under the radar die projecten uitvoerden voor kleine bedragen. Het waren quick visible projects, niet perse duurzaam maar dan zou de bevolking zien dat we er waren. Dergelijke projecten zouden bijdragen aan stabiliteit en goed zijn voor de lokale werkgelegenheid. Ze knapten een weg op voor drieduizend dollar bijvoorbeeld. We wilden eerst checken of ze het wel zouden kunnen. Langzamerhand werden de bedragen groter maar het werden nooit miljoenen. Daar hadden ze ook niet de capaciteit om grote activiteiten te organiseren of om verslag van te doen. De organisaties moesten wel alles verantwoorden maar dat ging bij wijze van spreken wel eens op de achterkant van een sigarendoosje in het veld, waarna het op hun kantoor werd uitgewerkt. Omdat er geen financiële instellingen waren in Uruzgan moesten ze alle betalingen contant doen.

Waar we om veiligheidsredenen niet konden komen om de projecten te controleren, ook de Nederlandse militairen niet, gaven we camera's mee aan lokalen of controleerden we zichtbare projecten met een drone. Ook hadden we een wetenschappelijke instellingen die voor ons controleerde of alles goed was uitgevoerd. Het is mogelijk dat er is gefraudeerd maar we probeerden het zo goed mogelijk te checken of een waterpomp daadwerkelijk was gebouwd. Natuurlijk kun je niets uitsluiten en overal gaat geld verloren. Ik ben niet naïef.”

Foto links: een shura. Rechts: in maart 2007 bezochten de Nederlandse ministers Maxime Verhagen, Bert Koenders en Eimert van Middelkoop Uruzgan in het kader van de 'geïntegreerde benadering. Zij ontmoetten daar ook gouverneur Munib. Foto's via Marten de Boer.

Foto links: een shura. Rechts: in maart 2007 bezochten de Nederlandse ministers Maxime Verhagen, Bert Koenders en Eimert van Middelkoop Uruzgan in het kader van de 'geïntegreerde benadering. Zij ontmoetten daar ook gouverneur Munib. Foto's via Marten de Boer.

Gezien de veiligheidssituatie en het geld dat is besteed aan de missie (2,5 miljard euro waarvan 159 miljoen aan wederopbouw en de rest aan veiligheid), was het wel een wederopbouwmissie?

“De NAVO verzocht Nederland om een militaire missie, dat was het uitgangspunt. De Tweede Kamer zei dat als het enigszins kan, moet het wederopbouwmissie worden. De taliban en Al Qaida zijn weg, nu is het tijd voor wederopbouw. Maar de taliban waren verdreven uit de hoofdstad Kabul. De wortels van de taliban waren er nog, ze komen voort uit de bevolking. De taliban leiding was weg, maar de oorspronkelijke taliban waren niet verslagen. We hadden vanaf het begin veel meer moeten inzetten op infrastructuur, onderwijs en gezondheidszorg, dan had je veel instabiliteit weg kunnen nemen. De verhouding tussen militaire uitgaven en ontwikkeling was scheef maar het kon ook niet goed. Er was weinig capaciteit in Afghanistan, er was een ware brain drain door tientallen jaren oorlog.

Bovendien was ik aangesteld als adviseur en stond ik daarmee onder de militaire leiding. In het derde jaar is dit rechtgetrokken maar dat had eerder gemoeten. Mijn idee voor toekomstige missies: Mensen van Buitenlandse Zaken niet inzetten als adviseur. Daarmee geef je aan dat ze adviseur zijn áán een militaire missie. Als het een geïntegreerde missie is dan moeten alle drie de lijnen, diplomatie, ontwikkeling en militair, alledrie even belangrijk zijn.”

Kon u dan wel daadwerkelijk iets opbouwen?

“We konden veel meer doen dan verwacht hadden, met name dankzij de Afghanen die ons wilden helpen. In het begin bleek dat maar zes organisaties actief waren in Uruzgan. Daarmee zijn we gaan werken, en dankzij Afghanen die iets wilden veranderen waren er toen we vertrokken, zestig organisaties actief.”

Bent u dan tevreden over de missie?

“Gezien wat je kon bereiken in 4 jaar, je begon met niets in een gebied waar ook de overheid niet durfde te komen, is langzamerhand in een behoorlijke vooruitgang  geboekt. Er kwam een radiostation, vliegverkeer en mobiele telefonie. Uruzgan werd open gegooid. In Kabul kon men niet meer zeggen dat ze niets van Uruzgan wisten. In vier jaar tijd meer bereikt dan in de landen waar ik hiervoor heb gewerkt. Maar was het optimaal? Nee, als we als diplomaten en ontwikkelingsdeskundigen vanaf het begin meer contact hadden kunnen leggen met de lokale bevolking en hun bestuur hadden we voor de bevolking meer kunnen bereiken. En als we langer waren gebleven dan hadden die programma's door kunnen gaan. Kinderen hadden voordat we kwamen alleen maar in koranschooltjes les gehad. In de scholen die we met het ministerie van onderwijs hebben opgebouwd hebben we veel kinderen naar school gekregen maar geen enkel kind van groep 1 naar groep 6 zien gaan.

Zo'n missie (als die in Uruzgan red.) moet veel langer zijn. Dat is ook de ervaring van eerdere missie, bijvoorbeeld in Joegoslavië. Niet met zoveel militairen, dat is op den duur niet nodig voor veiligheid. Dat moet een aflopende lijn zijn en de ontwikkelingslijn een omhooggaande. Maar net op moment dat je denkt, nou gaat ie lekker, er zijn meer actoren in het veld die blij zijn dat we in Uruzgan zijn, zij kunnen zich zonder angst in de provincie rondbewegen, op dat moment (slaat met vuist op tafel) ga je weg. Dat was voor velen die betrokken waren bij deze missie onbegrijpelijk. Ik weet van mensen in Afghanistan met wie ik nog contact heb dat de veiligheid weer een stuk slechter is in Uruzgan en veel organisaties zijn vertrokken sinds ons vertrek. De missie had veel duurzamer kunnen zijn maar we hebben de deur dichtgedaan. Doordat de bevoorrechte stammen het weer voor het zeggen kregen in Uruzgan zijn de oude conflicten weer opgelaaid. Ons vertrek heeft er toe bijgedragen dat de missie in Uruzgan mislukt is.”

Wat vindt u daarvan?

“In 2010 waren er in Nederland verkiezingen en de PvdA stond er heel slecht voor. Dat was de reden om te zeggen, we kunnen nu niet verlengen want dan verliezen we helemaal onze geloofwaardigheid (PvdA had volgehouden dat missie niet langer zou duren, red.). Om politieke redenen werd er gezegd dat we niet doorgingen. Puur binnenlandse politiek..

Nét op het moment dat je denkt, ‘Nou gaat ie lekker, er zijn meer actoren in het veld die blij zijn dat we in Uruzgan zijn’, op dat moment ga je weg. Dat was voor velen die betrokken waren bij deze missie onbegrijpelijk.
— Marten de Boer

Als het een wederopbouwmissie is, dan had je moeten zeggen, we gaan met missie door en trekken militairen geleidelijk terug. Wederopbouw kan niet in vier jaar, zeker niet in zo’n omgeving. Wij zorgden dat nieuwe onderwijzers uit Uruzgan, ook onderwijzeressen, voor drie jaar een pedagogische academie volgden. Het ministerie van onderwijs tekende een contract dat ze na hun opleiding terug moesten naar Uruzgan. Wij gingen weg voordat die goed en wel aan het werk waren. Pas dan kan je scholen goed opzetten. Ik probeerde dit te ondervangen en sloot contracten van vijf jaar. Dus nadat militairen vertrokken liepen zo toch nog activiteiten door tot 2012. Na al die jaren moet je het karwei afmaken, dat ben je verschuldigd aan de bevolking. Maar politiek was het niet meer boeiend dus nam de aandacht af.”

Kinderen plukken safraan in Herat. Foto: Lou Cuypers, via Marten de Boer. Meer foto's van Marten vind je via het instagramaccount.

Kinderen plukken safraan in Herat. Foto: Lou Cuypers, via Marten de Boer. Meer foto's van Marten vind je via het instagramaccount.

Weet je meer? Is er een correctie nodig? Stuur ons een mail. Dat stellen we op prijs: info@missieafghanistan.nl!